Klimaatgebieden en landschapszones

 

Het klimaat veranderd in werkelijkheid meestal geleidelijk. Als je het klimaat wilt afbeelden op een kaart moet je ergens grenzen trekkenàclassificeren. In de loop der tijd zijn er verschillende klimaatclassificaties ontwikkeld. Köppen, een Duitse klimatoloog en botanicus  , is een bekend voorbeeld.  De klimaatclassificatie van Köppen is gebaseerd op de samenhang van het klimaat en natuurlijke plantengroei. Wanneer het klimaat zo erg veranderd dat de plantengroei ook veranderd, spreek je van een ander klimaat. Zo onderscheidde hij 5 hoofdgroepen:

A: Tropische klimaten

B: droge klimaten

C: gematigde klimaten

D: landklimaten

E: polaire klimaten

Deze zijn verdeeld in 3 manieren, en die zijn weer onderverdeeld in verschillende delen, zie schema:

klimaattype letter betekenis
A, C en D zijn onderverdeeld aan de hand van de periode met neerslag

 

w Wintertrocken: droge periode in de winter
s Sommertrocken: droge periode in de zomer
f Fehlt: er is geen droge periode
B is onderverdeeld aan de hand van een droogte-index W Wüste
S Steppe
E is onderverdeeld aan de hand van de temperatuur T Tundra: toendra
F Frost: vorst
H Hochgebirge: hooggebergte

 

zie ook:

Grote gebieden die qua klimaat gelijk zijn, heten Klimaatgebieden. Omdat die vaak overeenkomen met vegetatie en landschap, komen die vaak overeen  met landschapzones.

De aarde wordt onderscheiden in 5 á 6 landscapszones die je kan koppelen aan de klimaten.

Tropische zone –>  Tropisch klimaat

Aride zone –>  droge/aride klimaat

Gematigde zone –> gematigde klimaat

Subtropische zone –> gematigd klimaat

Boreale zone –> Continentale klimaat (D)

Polaire zone –> polaire klimaat

Köppen is echter nog maar 1 voorbeeld. Wanneer je kijkt in de grote Bosatlas op kaarten 76 C en D zie je dat ze op elkaar lijken maar niet hetzelfde zijn.  Het klopt niet altijd, want onze wereld is redelijk eigenwijs! Zo is er in Madagaskar (tropen) een hooglandlandschap.